De eigenlijke reden

De Eigenlijke Reden

Uit: de Grondbeginselen van het Denken (1956)

We kunnen het leven het best begrijpen door het te vergelijken met een spel. Omdat we buiten een groot aantal spelen staan, kunnen we ze objectief bekijken. Als we buiten het leven zouden staan en er niet zo dicht bij betrokken waren, zou het ons hetzelfde voorkomen als spelen er voor ons uitzien vanuit ons huidige gezichtspunt.

Ondanks de hoeveelheid lijden, pijn, ellende, verdriet en zwoegen die er in het leven kan zijn, is de reden voor het bestaan dezelfde reden als voor het spelen van een spel, namelijk interesse, wedijver, activiteit en bezit. De waarheid van deze bewering blijkt als we de elementen van een spel bekijken en deze dan toepassen op het leven zelf. Wanneer we dit doen, merken we dat er niets ontbreekt aan het panorama van het leven.

Met spel bedoelen we een wedstrijd tussen twee mensen of tussen twee teams. Wanneer we het over spelen hebben, bedoelen we spelen als voetbal, hockey, schaak of enig ander soortgelijk tijdverdrijf. U hebt zich er misschien wel eens over verwonderd dat mensen bij een spel lichamelijke verwondingen riskeren louter voor het „vermaak". Evenzo zou u zich erover kunnen verwonderen dat mensen blijven leven of aan het „spel van het leven" beginnen met het risico van al het verdriet, het gezwoeg en de pijn, om maar iets te doen te hebben.

Kennelijk bestaat er geen grotere vloek dan een volslagen nietsdoen. Natuurlijk bestaat er die toestand waarin iemand een spel blijft spelen waarin hij niet meer geïnteresseerd is. U hoeft maar in de kamer rond te kijken en na te gaan in welke dingen u niet geïnteresseerd bent, om iets opmerkelijks te ontdekken. U zult al gauw ontdekken dat er niets in de kamer is waarin u niet geïnteresseerd bent. U bent in alles geïnteresseerd. Ongeïnteresseerdheid is echter een van de mechanismen van het spel. Om iets te verbergen, hoeft u er alleen maar voor te zorgen dat niemand geïnteresseerd is in de plaats waar het verborgen is. Ongeïnteresseerdheid is geen onmiddellijk gevolg van uitgebluste interesse. Ongeïnteresseerdheid is iets op zichzelf. Men kan het voelen, het bestaat.

Als we de elementen (factoren) van spelen (wedstrijden) bestuderen, blijken we de elementen van het leven in handen te hebben. Het leven is een spel. Een spel bestaat uit vrijheid, barrières en doeleinden. Dit is een wetenschappelijk feit, niet zo maar een opmerking. Vrijheid bestaat temidden van barrières. Een totaliteit van barrières en een totaliteit van vrijheid zijn beide “geen-spelcondities”. Beide zijn even wreed. Beide zijn even doelloos. Grote revolutionaire bewegingen mislukken. Zij beloven onbeperkte vrijheid. Dat is de weg naar mislukking. Alleen domme fantasten bezingen eindeloze vrijheid. Alleen mensen die bang en onwetend zijn, spreken over en dringen aan op onbeperkte barrières.

Wanneer de verhouding tussen vrijheid en barrières te veel uit balans raakt, is het resultaat dat men zich ongelukkig voelt.

„Vrijheid van" is alleen goed zolang er ruimte is om vrij te zijn tot. Een eindeloos verlangen naar “vrijheid van” is een volmaakte valstrik, een angst voor alles.

Barrières zijn samengesteld uit belemmerende (beperkende) ideeën, ruimte, energie, massa's en tijd.

Vrijheid in haar geheel zou een totale afwezigheid hiervan zijn — maar dit zou ook een vrijheid zijn zonder denken of handelen, een ongelukkige toestand van een volledig niets. Wanneer de mens aan te veel barrières vastzit, verlangt hij er sterk naar om vrij te zijn. Maar losgelaten in totale vrijheid is hij doelloos en ongelukkig.

Er is vrijheid temidden van barrières. Als de barrières bekend zijn en de vrijheden bekend zijn, kan er leven zijn, geluk en een spel.

De beperkingen van een regering of een bepaalde baan geven een werknemer zijn vrijheid. Zonder bekende beperkingen is een werknemer een slaaf, gedoemd tot de angsten der onzekerheid bij alles wat hij doet.

Leidinggevende mensen in het zakenleven en in de overheid kunnen op drie manieren tekort schieten en zo een chaos scheppen in hun afdeling. Zij kunnen het volgende doen:

  • (1) een eindeloze vrijheid schijnen te geven;
  • (2) eindeloze barrières schijnen te geven;
  • (3) noch over vrijheid, noch over barrières zekerheid geven.

Bekwaam leiding geven bestaat daarom uit het vormen en handhaven van voldoende evenwicht tussen de vrijheid van de ondergeschikten en de barrières van de afdeling en uit een nauwkeurig en consequent benaderen van die vrijheden en barrières. Wanneer iemand die leiding geeft zelf initiatief toont en doelbewust is, kan zijn afdeling ook initiatief hebben en doelbewust zijn.

Een werknemer die alleen vrijheid accepteert en/of alleen op vrijheid aandringt, zal een slaaf worden. De bovenstaande feiten kennende, moet hij aandringen op een effectief evenwicht tussen vrijheid en barrières.

Een onderzoek van de bovengenoemde dynamieken zal de mogelijkheid aantonen van een combinatie van teams. Twee groep dynamieken kunnen zich tegenover elkaar opstellen als teams. De zelf dynamiek kan zich met de dieren dynamiek verbinden tegen — laten we zeggen — de universum dynamiek en op die manier een spel hebben. Met andere woorden, de dynamieken bieden een overzicht van mogelijke teams en spelcombinaties. Omdat iedereen bij verscheidene spelen betrokken is, zal een onderzoek van de dynamieken voor iemand duidelijk maken met welke teams hij samenspeelt en tegen welke teams hij speelt. Wanneer iemand kan ontdekken dat hij alleen speelt op de zelf dynamiek en dat hij tot geen enkel ander team behoort, dan is het zeker dat hij zal verliezen, want hij heeft de zeven overige dynamieken voor zich. En de zelf dynamiek is zelden in staat het alleen van alle overige dynamieken te winnen. In Scientology noemen we deze conditie ,,de enige". Dit is egoïsme onder het mom van zelfbeschikking en dit is iemand die zeer zeker overweldigd zal worden. Om van het leven te genieten moet men bereid zijn deel te nemen aan het leven.

Er bestaat een principe in Scientology dat albeschikking heet. Men zou dit in grote lijnen kunnen omschrijven als het gelijktijdig bepalen (beschikken) van de aktiviteiten van twee of meer kanten van een spel. Iemand die schaakt bijvoorbeeld heeft zelfbeschikking en schaakt tegen een tegenstander. Iemand die albeschikking heeft op het gebied van schaken zou tegelijkertijd aan beide kanten van het bord kunnen spelen.

Iemand heeft albeschikking over elk spel waar hij boven staat. Hij heeft alleen zelfbeschikking in een spel dat hij niet beheerst. Een generaal van een leger bijvoorbeeld heeft albeschikking wat betreft een geschil tussen twee soldaten of zelfs tussen twee compagnieën die onder zijn bevel staan. In dit geval heeft hij albeschikking; maar wanneer hij tegenover een ander leger komt te staan dat aangevoerd wordt door een andere generaal, komt hij in een toestand van zelfbeschikking. Men zou kunnen zeggen dat het spel aldus groter is dan hijzelf. Het spel wordt zelfs nog groter wanneer de generaal de rol probeert te spelen van alle politieke leiders die boven hem zouden moeten staan. Dit is de voornaamste reden dat een dictatuur niet werkt. Het is bijna onmogelijk dat één man albeschikking heeft over het gehele systeem van de spelen die een natie vormen. Hij begint partij te kiezen en wordt dan in die mate veel zwakker dan de regering die hij probeert te beheersen.

In vroegere tijden is het mode geweest om op absolute vrijheid aan te dringen. De Franse Revolutie is hier een uitstekend voorbeeld van. Aan het eind van de 18de eeuw raakte de Franse adel zodanig in een toestand van zelfbeschikking tegenover de rest van het land en was deze adel zo weinig in staat om het gezichtspunt van het volk in te nemen, dat ze werd vernietigd. Onmiddellijk probeerde het volk zelf de regering over te nemen en omdat het gewend was aan- en een intense antipathie had jegens elke beperking, werd de strijdkreet „vrijheid". Er waren geen beperkingen of barrières meer. De regels van het regeren werden opzij gezet. Diefstal en roof namen de plaats in van de economie. De bevolking was aldus in een diepere val terechtgekomen en bleek in een dictatuur verwikkeld te zijn geraakt die veel beperkender was dan al hetgeen zij vóór de revolutie had meegemaakt.

Hoewel de mens voortdurend „vrijheid" als zijn strijdkreet gebruikt, slaagt hij er slechts in zelf nog meer verstrikt te raken. De reden hiervoor is erg eenvoudig. Een spel bestaat uit vrijheid en barrières en doeleinden. Wanneer de mens het idee van beperkingen of barrières laat schieten, verliest hij direkt de controle over barrières. Hij raakt in een toestand van zelfbeschikking en geen albeschikking over barrières en zo heeft hij geen controle over de barrières. De barrières die hij niet onder controle heeft, worden onmiddellijk een val voor hem.

Zodra de mens barrières mijdt, ontstaat de neergaande spiraal van de schijnbaarheid creëren—voortbestaan—vernietigen. Als hij alle beperkingen en barrières als zijn vijanden beschouwt, weigert hij natuurlijk ze hoe dan ook onder controle te hebben en zo begint hij zijn eigen neergaande spiraal. Een ras dat is opgevoed om alleen te denken vanuit vrijheid is erg gemakkelijk in de val te brengen. Niemand in het land zal de verantwoordelijkheid voor beperkingen op zich nemen, derhalve worden de beperkingen schijnbaar steeds minder. In werkelijkheid worden ze steeds groter. Naarmate deze beperkingen minder worden, wordt ook de vrijheid van het individu minder. Men kan niet vrij zijn van een muur, tenzij er een muur is. Als er geen beperkingen zijn, wordt het leven doelloos, chaotisch en vol willekeur.

Een goede manager moet in staat zijn de verantwoordelijkheid voor beperkingen op zich te nemen, omdat er voor het bestaan van vrijheid, barrières moeten zijn. Nalaten om initiatief te nemen met betrekking tot beperkingen of barrières, heeft tot gevolg dat zij uit zichzelf ontstaan en dat ze zonder toestemming of controle bestaan.

Er zijn verschillende geestesgesteldheden die tot geluk leiden. Die geestesgesteldheid waarbij alleen aangedrongen wordt op vrijheid, kan niets dan ongeluk veroorzaken. Het zou beter zijn om een denkpatroon te ontwikkelen waarmee men nieuwe manieren zoekt om in de val te raken en dingen om in verstrikt te raken, dan te lijden onder de uiteindelijke totale verstrikking die ontstaat wanneer men alleen aan vrijheid vasthoudt. Iemand die bereid is om beperkingen en barrières te aanvaarden en deze niet vreest, is vrij. Iemand die alleen tegen beperkingen en barrières vecht, loopt gewoonlijk in de val. De manier om eeuwige oorlog te hebben, is om alle oorlog de rug toe te keren.

Zoals men in elk spel kan zien, komen doeleinden tegenover doeleinden te staan. In bijna elk spel dat met twee teams op een veld gespeeld wordt, is er de situatie van tegengestelde doeleinden. Het ene team heeft de bedoeling het doel van het andere team te bereiken en het andere team heeft de bedoeling om het doel van het eerste team te bereiken. Hun doeleinden zijn met elkaar in strijd en deze tegenstrijdigheid geeft een spel.

Tegenstrijdigheid van doeleinden geeft ons wat we problemen noemen. Een probleem bestaat uit twee of meer tegenover elkaar staande doeleinden. Het maakt niet uit tegenover wat voor probleem u staat of hebt gestaan, de fundamentele structuur van dat probleem is doel — tegen-doel.

In Scientology heeft men door feitelijke proefnemingen ontdekt dat iemand onder problemen begint te leiden wanneer hij er niet voldoende heeft. Er bestaat een oud gezegde dat luidt: wanneer men iets gedaan wil hebben, moet men het door iemand laten doen die het druk heeft. En als u een gelukkige partner wilt hebben, wees er dan zeker van dat het iemand is die veel problemen kan hebben.

Dit is de oorzaak van het opmerkelijk veelvuldig voorkomen van neurosen in welgestelde families. Deze mensen hebben erg weinig te doen en hebben erg weinig problemen. De belangrijkste problemen van voedsel, kleding en onderdak zijn voor hen al opgelost. Als het waar was dat iemands geluk alleen van zijn vrijheid afhing, zouden wij kunnen veronderstellen dat deze mensen gelukkig zouden zijn. Ze zijn echter niet gelukkig. Wat is de oorzaak hiervan? Het is het gebrek aan problemen.

ZELFBESCHIKKING is een toestand waarin men zijn eigen handelingen bepaalt. Het is een activiteit op de eerste (zelf) dynamiek en laat de overige zeven dynamieken onbepaald of eigenlijk tegen het zelf gericht. Als men het dus zou willen opnemen tegen de rest van het leven in een algemene strijd, hoeft men slechts op volledige zelfbeschikking aan te dringen. Aangezien de overige dynamieken om te kunnen functioneren zeggenschap moeten hebben in de eerste dynamiek, bestrijden deze dynamieken onmiddellijk iedere poging tot volledige zelfbeschikking.

ALBESCHIKKING betekent het bepalen van de handelingen van zichzelf en van anderen. Het betekent beschikking die verder reikt dan het zelf. In een geaberreerde [afwijkend van rechtlijnig denken] vorm zien we dit in iemands poging om alle anderen onder controle te houden om zo zichzelf te verheerlijken. Albeschikking is beschikking over het gehele spel, beschikking over twee zijden. Als men beide zijden van een schaakspel beheerst (stuurt), staat men „boven" het spel.

Men heeft daarom zelfbeschikking in elke situatie waarin men vecht. Men heeft albeschikking in elke situatie die men onder controle heeft.

Om tot albeschikking in plaats van louter zelfbeschikking te komen, dient men beide kanten te zien.

Een probleem is een intentie — tegen-intentie. Het is daarom iets dat twee tegengestelde zijden heeft. Door problemen te creëren gaat men beide zijden tegenover elkaar zien, en zo komt men tot albeschikking.

Daarom schijnt een probleem slechts noodzakelijk te zijn voor de mens. Het probleem is voor de mens hetgene dat het dichtst bij albeschikking staat. Het bedenken van problemen in auditing geeft iemand een bredere kijk en daardoor kan hij afstand nemen van zijn moeilijkheden.

Hoewel men voor succesvolle auditing in Scientology rekening zou moeten houden met alle drie de elementen van spelen — en eigenlijk is dat het geheim om mensen meer capabel te maken: rekening houden met vrijheid, barrières en doeleinden en deze in evenwicht brengen — zou men in feite iemand gezond kunnen maken door samen met hem ergens te gaan zitten en hem te vragen achter elkaar problemen te bedenken. Het zou blijken dat het bedenken van kunstmatige problemen hem mentaal zou bevrijden en hem bekwamer zou maken. Natuurlijk komt hier nog een andere factor bij kijken, aangezien hij zelf de problemen bedenkt en derhalve tot albeschikking komt over problemen, in plaats van in een situatie te verkeren met alle problemen tegenover zich.

Een ongelukkig mens is iemand die er voortdurend over nadenkt hoe hij vrij kan worden. Men ziet dit bij de kantoorbediende die voortdurend probeert werk te vermijden. Hoewel hij veel vrije tijd heeft, geniet hij er geen minuut van. Hij probeert om contact met mensen, voorwerpen, energieën en ruimten te vermijden. Uiteindelijk raakt hij verstrikt in een soort lusteloosheid. Als deze man eenvoudig zijn instelling zou kunnen veranderen en zich er „zorgen" over zou gaan maken hoe hij meer werk zou kunnen krijgen, zou hij merkbaar gelukkiger worden. Iemand die voortdurend zit te bedenken hoe hij dingen kan vermijden, voelt zich ellendig. Iemand die voortdurend plannen maakt om aan iets deel te nemen, heeft een veel betere kans om gelukkig te worden.

Men kan natuurlijk gedwongen worden mee te spelen in een spel waarin men niet geïnteresseerd is — een oorlog waarbij men als dienstplichtige betrokken raakt, is hier een uitstekend voorbeeld van. Men is niet geïnteresseerd in de doeleinden van de oorlog en toch neemt men aan die oorlog deel. Er moet dus nog een ander element zijn, en dit element is „keuzevrijheid".

Men zou derhalve kunnen zeggen dat het leven een spel is en dat het vermogen om een spel te spelen bestaat uit tolerantie van vrijheid en barrières en inzicht in de doeleinden, met de vrijheid om te kunnen kiezen of men wil deelnemen.

Deze vier elementen, vrijheid, barrières, doeleinden en keuzevrijheid zijn de elementen die het leven beheersen. Slechts twee factoren staan hierboven en beide staan ermee in verband. De eerste is het vermogen om te creëren, met natuurlijk het tegenovergestelde ervan, het vermogen om een creatie te „ontmaken"; en de tweede is het vermogen om een postulaat te maken (considereren, iets zeggen en het laten uitkomen). Dit dan is in grote lijnen het leven en deze elementen worden gebruikt om het leven te begrijpen en om het duidelijker en minder verwarrend te maken.

 

L. Ron Hubbard